Boventallig verklaard? Er zijn een aantal dingen die u beter niet kunt doen. We sommen ze hier op, en lichten ze daarna toe. Ook leggen we uit wat u wél kunt doen.

Dit kunt u beter niet doen als u boventallig wordt verklaard:

Wat u kunt doen als u boventallig bent:

Het afspiegelingsbeginsel:

1. Meteen aangeven dat u weg zou willen

Boventallig verklaard

U bent boventallig verklaard. De werkgever geeft aan dat u de huidige functie niet meer kunt doen. Het is niet verstandig om vervolgens meteen te antwoorden dat u weg zal gaan. In het ergste geval, lijkt het hierdoor alsof u zelf ontslag neemt. Als u zelf ontslag neemt, heeft u geen recht op een ontslagvergoeding en geen recht op een WW-uitkering.

Het is niet goed voor uw onderhandelingspositie als u meteen laat blijken dat u zou willen vertrekken. Het is beter om het verhaal van de werkgever aan te horen, en te laten weten dat u later met een reactie zal komen. Houd hierbij rekening met de deadline die de werkgever oplegt. Maar laat u vooral niet onder druk zetten.

2. De vaststellingsovereenkomst meteen tekenen

U bent boventallig verklaard, en krijgt een vaststellingsovereenkomst. Hiermee kan het ontslag in goed overleg worden geregeld. Sommige werknemers zien een mooie ontslagvergoeding in de overeenkomst, en tekenen meteen. Dit is niet altijd verstandig. Misschien zijn andere onderdelen van de overeenkomst namelijk niet in orde. Het is bijvoorbeeld ook van belang dat de overeenkomst zo is opgesteld dat u een WW-uitkering kunt krijgen. Of misschien hoort de ontslagvergoeding eigenlijk nog hoger te zijn.

Heeft u getekend, en krijgt u spijt? Dan is er een uitweg. U heeft 14 dagen bedenktijd. Binnen 14 dagen na ondertekening, kunt u onder de vaststellingsovereenkomst uit. U moet de werkgever dan schriftelijk laten weten dat u de overeenkomst ontbindt.

3. Alles zelf afhandelen

De situatie rondom boventalligheid kan behoorlijk ingewikkeld zijn. U krijgt een vaststellingsovereenkomst met juridische termen. De werkgever hoort u nu te adviseren dat u juridisch advies kunt inwinnen. Het is namelijk lastig om zonder juridische kennis de exacte gevolgen te kunnen bepalen.

Uiteraard kunt u via internet op onderzoek uit. Maar het ontslagrecht verandert constant. De informatie op internetpagina’s is niet altijd volledig en up-to-date.

De werkgever stelt vaak een budget beschikbaar voor juridisch advies. Maak hier gerust gebruik van.

4. Laten weten dat u nergens aan mee zult werken

De werkgever zal eerst passend werk voor u moeten zoeken. Als de functie daadwerkelijk passend is, zult u deze moeten accepteren. Weigert u een passende functie te aanvaarden? Dan kan dit worden gezien als werkweigering. Dit kan zelfs zorgen voor ontslag op staande voet.

Maakt de werkgever onderdeel uit van een groep? Dan mag de passende functie ook worden aangeboden bij een ander bedrijf binnen de groep.

Ook als er geen passende functie beschikbaar is, hoeft u niet haastig te handelen. U krijgt dan een vaststellingsovereenkomst. Misschien vindt u het aanbod niet goed genoeg. Als u het aanbod meteen afwijst, kan de werkgever het UWV vragen om toestemming voor ontslag. Maar het aanbod in een vaststellingsovereenkomst is regelmatig gunstiger dan ontslag via het UWV.

Als u de inhoud van de vaststellingsovereenkomst niet goed genoeg vindt, is het beter om te onderhandelen over een betere overeenkomst. Misschien is er onderhandelingsruimte.

5. Boventallig verklaard. Ziekmelden?

Het is niet verstandig om u ziek te melden als u niet ziek bent. Uit de controle van de bedrijfsarts kan blijken dat u kunt werken. In dit geval zou u weer aan het werk moeten. Doet u dit niet? Dan kan de werkgever u in het ergste geval op staande voet ontslaan.

Als u daadwerkelijk ziek bent, kunt u zich uiteraard ziekmelden. Bij ziekte is ontslag met wederzijds goedvinden niet altijd verstandig. Dit is anders als u op de einddatum weer beter bent. Ook als u bij een andere werkgever kunt werken, zou ontslag met wederzijds goedvinden kunnen. De klachten zijn in dat geval misschien gerelateerd aan uw huidige werkgever. Gaat het bedrijf sluiten? Dan zou u bij ziekte ook kunnen meewerken aan ontslag met wederzijds goedvinden.

Via deze link leest u meer over ontslag bij ziekte.

6. Overleggen met collega’s over het aanbod

Het is verleidelijk om met collega’s te overleggen over de ontslagvergoeding, en de andere onderdelen van de vaststellingsovereenkomst te bespreken. Dit gebeurt in de praktijk regelmatig. Maar officieel mag het niet. In de vaststellingsovereenkomst is namelijk een geheimhoudingsbeding opgenomen. Dit betekent dat u de inhoud van de overeenkomst niet met anderen mag bespreken.

Op overtreding van het geheimhoudingsbeding kan een hoge boete staan. Ga daarom vertrouwelijk om met het aanbod uit de vaststellingsovereenkomst. Uiteraard mag u de inhoud wel bespreken met een juridisch adviseur.

7. Stoppen met werken als u boventallig bent verklaard

In goed overleg kunt u afspraken maken over het stoppen met werken. U kunt bijvoorbeeld uw vakantiedagen opnemen. Of misschien is de werkgever bereid u vrij te stellen van werkzaamheden. Dit houdt in dat u niet meer hoeft te werken, maar wel uw salaris krijgt. De werkgever is tijdens vrijstelling niet verplicht om de reiskosten door te betalen, omdat u niet meer naar het werk reist.

De periode waarin u bent vrijgesteld van werk gaat niet automatisch af van uw vakantiedagen. De werkgever kan u niet verplichten om deze dagen op te nemen. U bepaalt zelf wanneer u vakantiedagen opneemt. Maar in de praktijk wordt vaak in onderling overleg afgesproken dat vakantiedagen als opgenomen worden beschouwd bij vrijstelling van werkzaamheden. Dit kan aantrekkelijk zijn als de periode van vrijstelling langer is dan de openstaande vakantiedagen.

Het is niet verstandig om zonder overleg te stoppen met werken. Ook nu kan er sprake zijn van werkweigering, met eventueel ontslag op staande voet tot gevolg.

8. Meteen een WW-uitkering aanvragen

U bent boventallig verklaard, en heeft de vaststellingsovereenkomst getekend. Dat betekent dat u in goed overleg uit elkaar gaat. Maar u hoeft nu nog niet meteen een WW-uitkering aan te vragen. Als het goed is, wordt er in de vaststellingsovereenkomst ook rekening gehouden met de opzegtermijn. De WW-uitkering gaat pas in na afloop van de opzegtermijn.

De WW-uitkering hoeft u pas 1 of 2 weken voorafgaand aan de einddatum aan te vragen. Het UWV heeft namelijk uw laatste loonstrook nodig. Hiermee kan de hoogte van de WW-uitkering worden berekend. Lees hier meer over op de website van het UWV. U kunt zich via de site van het UWV ook aanmelden voor de e-mailservice. U krijgt dan een herinnering wanneer u de WW-uitkering kan aanvragen.

De deadline voor het aanvragen van de WW-uitkering is 1 week na de einddatum van uw contract. Deze datum wordt genoemd in de vaststellingsovereenkomst. Hier ontstaat weleens verwarring over. De einddatum is de laatste werkdag. Ook als u bent vrijgesteld van werk, bent u nog in dienst. De einddatum is niet de datum waarop u bent vrijgesteld van werk, of de datum waarop u de vaststellingsovereenkomst getekend. De einddatum is de laatste dag waarop u nog in dienst bent.

9. Geen rekening houden met finale kwijting

Als u boventallig bent verklaard, kan de werkgever u vragen om een vaststellingsovereenkomst te tekenen. U tekent dan voor finale kwijting. Wat voor gevolgen heeft dit?

Finale kwijting betekent dat u niets meer kunt eisen van de werkgever als u de vaststellingsovereenkomst tekent. U heeft alleen recht op de betalingen in de overeenkomst, en geen recht op andere betalingen. Maar dit werkt 2 kanten op. De werkgever kan ook niks extra van u eisen, alleen de onderdelen in de overeenkomst. Finale kwijting wordt meestal genoemd aan het einde van de overeenkomst.

Voorbeeld rechtszaak finale kwijting

Deze rechtszaak gaat over finale kwijting.

Werknemer wordt boventallig verklaard. Maar hij zou het liefst bij de werkgever willen blijven werken. Hij solliciteert op interne functies, maar wordt afgewezen. Vervolgens tekent hij een vaststellingsovereenkomst. Deze overeenkomst bevat een artikel over finale kwijting. Werknemer krijgt vervolgens spijt van het tekenen van de overeenkomst, maar de bedenktijd van 14 dagen is voorbij. Hij vraagt de rechter om een hogere ontslagvergoeding toe te kennen, omdat hij niet ontslagen had mogen worden.

Werknemer vindt dat er intern een passende functie voor hem is. Hij geeft aan dat zijn werkzaamheden (deels) zijn voortgezet. Hij vindt dat hij hierdoor ten onrechte boventallig is verklaard.

De werknemer tekent de overeenkomst, en tekent daarmee voor finale kwijting. Een vaststellingsovereenkomst is zelfs geldig als deze in strijd is met de wet. De werknemer heeft de gelegenheid gehad om juridisch advies in te winnen, en is niet onder druk gezet door de werkgever. Simpel gezegd, is het oordeel van de rechter: getekend is getekend.

Houd er rekening mee dat u na het tekenen van de vaststellingsovereenkomst niets meer kunt eisen van de werkgever, behalve hetgeen dat in de overeenkomst is genoteerd. Soms heeft u een aparte rechtszaak lopen tegen de werkgever, bijvoorbeeld vanwege letselschade. Let erop dat het tekenen van de vaststellingsovereenkomst ook gevolgen kan hebben voor deze letselschadezaak. Alles dat u tegoed heeft van de werkgever hoort in de vaststellingsovereenkomst te worden genoteerd. Uw recht op een bepaalde betaling kan verloren gaan, als die niet in de overeenkomst is genoteerd.

10. Verkeerd interpreteren van de regels over de opzegtermijn

De regels over de opzegtermijn kunnen verraderlijk zijn. Het lijkt simpel: u krijg een WW-uitkering na afloop van de opzegtermijn. De opzegtermijn is te vinden in uw contract.

Een fout die vaak wordt gemaakt is dat er wordt gekeken naar de opzegtermijn van de werknemer. Die is meestal 1 maand. Maar bij boventalligheid krijgt u een vaststellingsovereenkomst, en via deze overeenkomst neemt de werkgever het initiatief om u te ontslaan. Dit betekent dat er moet worden gekeken naar de opzegtermijn van de werkgever.

Maar wat als er in de arbeidsovereenkomst niets is geregeld over de opzegtermijn? Dan geldt de wettelijke opzegtermijn. Als u er minder dan 5 jaar werkt, is de opzegtermijn 1 maand. Voor elke 5 jaar werk, wordt de opzegtermijn met 1 maand verlengd. De maximale wettelijke opzegtermijn is 4 maanden.

Maar, als er niet is geregeld over de opzegtermijn in de arbeidsovereenkomst, geldt niet automatisch de wettelijke opzegtermijn. De opzegtermijn uit de CAO geldt in dat geval. Die gaat boven de wettelijke opzegtermijn, en ook boven de opzegtermijn uit de arbeidsovereenkomst. Is de opzegtermijn uit de arbeidsovereenkomst of de wet in strijd met de opzegtermijn uit de CAO, dan geldt de opzegtermijn uit de CAO. Kijk daarom altijd naar de CAO als u op zoek bent naar de opzegtermijn. De uitzondering hierop is een opzegtermijn in de arbeidsovereenkomst die langer is dan de opzegtermijn uit de CAO. In dat geval geldt de opzegtermijn uit de arbeidsovereenkomst.

11. Alvast gaan solliciteren?

Uiteraard kunt u zelf bepalen of u gaat solliciteren. Maar heeft solliciteren gevolgen voor de ontslagvergoeding?

Als u boventallig bent verklaard, krijgt u een vaststellingsovereenkomst. In deze overeenkomst is vaak te lezen dat u geen uitzicht mag hebben op ander werk. Heeft u alsnog uitzicht op ander werk? Dan kan uw ontslagvergoeding in gevaar komen. De werkgever vindt dan dat u geen ontslagvergoeding nodig heeft als u al een andere baan heeft.

Maar wanneer is er sprake van ‘uitzicht op ander werk’. Hiervan is sprake is als u een contract heeft getekend bij een andere werkgever. Ook kan hiervan sprake zijn als u het met de nieuwe werkgever alleen nog eens hoeft te worden over de arbeidsvoorwaarden, zoals het salaris. Dit is vaak bij het laatste gesprek. Als u slechts een eerste kennismakingsgesprek heeft gehad, is er nog niet meteen sprake van uitzicht op ander werk.

U zou bijvoorbeeld kunnen wachten met solliciteren totdat u de vaststellingsovereenkomst heeft getekend. U heeft dan tijdens de opzegtermijn de tijd om ander werk te vinden. Daarna komt u in aanmerking voor een WW-uitkering, als de vaststellingsovereenkomst correct is opgesteld.

Wat moet u doen als u boventallig bent?

Hierboven hebben we aangegeven wat u niet moet doen. Maar wat moet u wel doen? In de rest van het artikel geven we u tips.

Is uw functie structureel vervallen?

U zou kunnen onderzoeken of uw werk structureel is vervallen.

U mag alleen boventallig worden verklaard als uw functie structureel is vervallen. Is er slechts tijdelijk minder werk? Dan zou u niet boventallig mogen worden verklaard. Maar wat wordt er bedoeld met structureel verval van uw functie? Hoe lang moet uw functie vervallen? Als richtlijn geldt dat het moet gaan om een periode van 26 weken. Is er bij uw bedrijf bijvoorbeeld sprake van een leveringsprobleem dat (naar verwachting) binnen 26 weken is opgelost? Dan mag u niet boventallig worden verklaard.

Hoe lang mag u boventallig zijn?

In de wet is niet specifiek aangegeven hoe lang u boventallig mag zijn. In artikel 10 van de Ontslagregeling is wel te lezen dat de redelijke termijn voor herplaatsing gelijk is aan de wettelijke opzegtermijn. Wat betekent dit?

De werkgever is verplicht om u binnen een ‘redelijke termijn’ te herplaatsen. Hij moet actief aan de slag om passend werk voor u te zoeken binnen de organisatie. Desnoods hoort hij u te helpen met de omscholing naar een andere functie binnen de organisatie. Maar de werkgever hoeft hier niet jarenlang actief mee aan de slag te gaan. De verplichting tot herplaatsing in een andere functie stopt als de wettelijke opzegtermijn voorbij is.

Hoe lang is de wettelijke opzegtermijn? Voor elke 5 jaar werk wordt de opzegtermijn 1 maand langer. Werkt u er 0 tot 5 jaar? Dan is de wettelijke opzegtermijn 1 maand. 5 tot 10 jaar? Dan is de opzegtermijn 2 maanden. 10 tot 15 jaar? 3 maanden. En meer dan 15 jaar? Dan is de wettelijke opzegtermijn 4 maanden. 1 maand is dus de minimale wettelijke opzegtermijn, en 4 maanden is de maximale wettelijke opzegtermijn.

Is die wettelijke opzegtermijn voorbij? Dan hoeft de werkgever geen passen meer voor u te zoeken. Maar er is een uitzondering. Heeft u een arbeidshandicap? Dan is de termijn voor het zoeken van passend werk 26 weken. U valt bijvoorbeeld onder deze groep als u een WIA-uitkering heeft, maar alsnog (gedeeltelijk) aan het werk bent.

Hoe streng toetst het UWV?

Stel dat u geen vaststellingsovereenkomst tekent. Dan moet de werkgever naar het UWV om daar een ontslagvergunning aan te vragen. Hoe streng is het UWV?

De werkgever moet aannemelijk maken dat de boventalligheid niet voorkomen kan worden door de organisatie anders in te richten. Maar het UWV vindt dat de werkgever de ruimte moet hebben om te reorganiseren. Anders kunnen er bijvoorbeeld in de toekomst nog meer banen verloren gaan. Vandaar dat het UWV aangeeft: wij toetsen terughoudend. De werkgever moet zich wel verantwoorden tegenover het UWV, en de juiste informatie aanleveren. Gaat het financieel slechter? Dan moet de werkgever bijvoorbeeld jaarrekeningen aanleveren waaruit dit blijkt.

Soms voert de werkgever een kostenbesparing door, terwijl er evenveel werk is. Hij vervangt dan de dure werknemers door goedkopere werknemers. Dit is niet toegestaan. In dit geval zal het UWV de ontslagvergunning weigeren.

Hoort de ondernemingsraad eerst toestemming te geven?

U kunt vragen of de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging een (positief) advies heeft gegeven over de reorganisatie.

Bij boventalligheid van een groot deel van de werknemers, hoort de werkgever advies te vragen aan de ondernemingsraad. Maar hij hoeft het advies niet op te volgen. Ook als de ondernemingsraad hier niet mee instemt, mag de werkgever uw afdeling boventallig verklaren. Het inlichten van de ondernemingsraad moet vooraf, zodat het advies van invloed kan zijn op de beslissing.

Het bovenstaande geldt voor bedrijven met meer dan 50 werknemers. Voor een bedrijf dat tussen de 10 en 50 werknemers heeft, gelden afwijkende regels. In dat geval is er bijvoorbeeld geen ondernemingsraad maar een personeelsvertegenwoordiging. Is er geen personeelsvertegenwoordiging? Dan horen belangrijke beslissingen over het vervallen van functies besproken te worden in een vergadering met het personeel. Waneer is er sprake van een belangrijke beslissing? Hiervan is sprake als ten minste 25% van het personeel dreigt te worden ontslagen, of ander werk zal moeten doen.

Heeft een grote werkgever bij een grote ontslagronde geen advies gevraagd aan de ondernemingsraad? Dan wordt de ontslagvergunning geweigerd. Hetzelfde geldt voor een kleine werkgever die geen advies heeft gevraagd aan het personeel.

Hoort de vakbond eerst toestemming te geven?

Bent u boventallig verklaard en werkt u bij een grote werkgever? Dan kunt u vragen of de vakbond is geraadpleegd, en welk advies de vakbond heeft gegeven.

Is de werkgever van plan om meer dan 20 werknemers te ontslaan? Dan hoort hij de vakbond om advies te vragen. Maar het advies van de vakbond hoeft niet te worden opgevolgd.

De vakbond zal bekijken of het noodzakelijk is om zoveel mensen te ontslaan. Misschien vindt de bond de ontslagronde noodzakelijk. In dat geval hoeft de werkgever niet opnieuw bij het UWV toe te lichten waarom de ontslagronde noodzakelijk is. Als u niet instemt met een vaststellingsovereenkomst, zal het UWV alsnog moeten beslissen over het ontslag. Bij een positief advies van de vakbond is het makkelijker om toestemming te krijgen van het UWV.

Is gedeeltelijk ontslag mogelijk?

Misschien heeft de werkgever nog werk voor u, maar niet voor het volledig aantal uren uit uw contract. In goed overleg kan er dan een nieuw contract worden opgesteld waarin minder uren zijn genoteerd. Het is nu verstandig om eerst het nieuwe contract te tekenen. Het oude contract kan daarna volledig worden beëindigd via een vaststellingsovereenkomst.

Als u eerst de vaststellingsovereenkomst tekent, en de werkgever besluit alsnog geen nieuw contract op te stellen, dan zit u zonder werk. Vandaar dat het beter is om eerst het nieuwe contract te tekenen. Laat ook in uw contract noteren dat u al uw dienstjaren en overige rechten zal behouden. Het enige dat verandert zijn het aantal uren.

Komt u er samen niet uit? Dan kan de werkgever proberen om u via het UWV gedeeltelijk te ontslaan. Dat is niet makkelijk. In uitzonderingsgevallen is deeltijdontslag via het UWV mogelijk. Maar de werkgever moet dan schriftelijk aangeven dat u een nieuw contract krijgt onder dezelfde voorwaarden, alleen voor minder uren.

Aangezien deeltijdontslag via het UWV niet makkelijk is, kan een werkgever proberen om u via het UWV te ontslaan voor het volledig aantal uren. Daarna krijgt u een contract voor minder uren. Maar in de meeste gevallen hoeft het UWV niet om een oordeel te worden gevraagd omdat partijen er samen uitkomen.

Wat is de juiste ontslagvolgorde?

Het is niet de bedoeling dat de werkgever lootjes gaat trekken om te bepalen wie er wordt ontslagen. De werkgever moet zich bij een reorganisatie houden aan het afspiegelingsbeginsel.

Allereerst wordt er gekeken welke werknemers een vergelijkbare functie hebben. Vervolgens wordt u, samen met collega’s die een dezelfde soort functie hebben, ingedeeld in leeftijdsgroepen. Binnen die groepen wordt er gekeken naar het contract, en hoe lang u er werkt.

Het is wettelijk bepaald dat ingehuurde krachten, zoals zzp’ers en uitzendkrachten, als eerste mogen worden ontslagen.

Heeft u een tijdelijk contract dat binnen 26 weken afloopt? Dan komt u eerder voor ontslag in aanmerking dan uw collega’s met een vast contract. Hetzelfde geldt voor AOW’ers. En ook als u een oproepcontract heeft, of een ander tijdelijk contract van minder dan 15 uur per week met flexibele uren, bent u eerder aan de beurt dan iemand met een vast contract.

Heeft u een tijdelijk contract, en duurt dat contract nog meer dan 26 weken? Dan wordt u niet als eerste ontslagen, en heeft u bij de afspiegeling evenveel rechten als uw collega’s met een vast contract.

Werkt u bij de werkgever via een payrollbedrijf? Dan heeft u dezelfde rechten als iemand die direct bij de werkgever werkt.

Dit gaat op basis van het afspiegelingsbeginsel.

Hoe werkt het afspiegelingsbeginsel?

Bij ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen, bijvoorbeeld bij een reorganisatie, wordt het afspiegelingsbeginsel toegepast. Volgens dit beginsel wordt u met een vast contract beter beschermd.

U wordt als eerste ingedeeld in een leeftijdsgroep, samen met de collega’s die dezelfde soort functie hebben. Die groep wordt samengesteld op leeftijd, omdat hiermee voorkomen kan worden dat alle oudere werknemers weg moeten, en alle jongeren mogen blijven.

Hoe zien de groepen eruit? Er zijn vijf leeftijdsgroepen: 15 tot 25 jaar, 25 tot 35 jaar, 35 tot 45 jaar, 45 tot 55 jaar, en iedereen van 55 jaar en ouder. Binnen die groepen moeten de werknemers die er als laatste zijn bijgekomen als eerste vertrekken. Hoe korter u er werkt, hoe groter de kans is dat u moet vertrekken.

We kunnen nu alle werknemers van een bepaalde leeftijdsgroep indelen in verschillende categorieën. Zit u in een hogere categorie, dan is de kans groter dat u bij een reorganisatie minder snel boventallig zal worden verklaard dan uw collega’s die in een lagere categorie zitten.

Categorie 1: ingehuurd personeel. Dit zijn de gedetacheerden, uitzendkrachten, zzp’ers, en werknemers die van een andere vestiging zijn ingehuurd. (Payrollwerknemers vallen niet in deze groep, want die hebben dezelfde rechten als ‘normale’ werknemers. Die zitten bijvoorbeeld in categorie 4 of 5.)

Categorie 2: AOW’ers. Dit zijn werknemers die de AOW-leeftijd al hebben bereikt, maar nog aan het werk zijn.

Categorie 3: de groep met nulurencontracten, of andere contracten waarin niks wordt geregeld over het aantal werkuren. (Heeft u een min-max contract? Dan zit u niet in categorie 3, maar bijvoorbeeld in 4 of 5.)

Categorie 4: werknemers met een tijdelijk contract dat binnen 26 weken eindigt.

Categorie 5: werknemers met een vast contract, of een tijdelijk contract dat vanaf dat moment meer dan 26 weken duurt.

Zit u in categorie 1? Dan wordt u als eerste boventallig verklaard. Als er daarna nog meer mensen met dezelfde functie weg moeten, bijvoorbeeld omdat er nog niet genoeg is bezuinigd, komen categorie 2, 3, 4, en 5 aan de beurt.

Voorbeelden afspiegelingsbeginsel

Het afspiegelingsbeginsel is ingewikkeld. Misschien wordt het met onderstaande voorbeelden iets makkelijker te begrijpen.

Voorbeeld 1: er is een reorganisatie. U heeft een vast contract. U doet hetzelfde werk als de uitzendkracht op uw afdeling. De uitzendkracht heeft een tijdelijk contract. U bent 42, en uw collega is 36. Dat betekent dat jullie in dezelfde leeftijdsgroep zitten: de groep die tussen de 35 en 45 is. Helaas moet één van jullie vertrekken. Met uw vaste contract zit u in categorie 5. De uitzendkracht zit in de categorie van ingehuurd personeel: categorie 1. U zit in een hogere categorie, want u zit in categorie 5 en de uitzendkracht zit in categorie 1. De uitzendkracht wordt nu ontslagen, en u mag blijven.

Voorbeeld 2: de werkgever gaat bezuinigen. U bent 26 en uw collega is 33. Er moet iemand vertrekken. Jullie zitten in dezelfde leeftijdsgroep: de groep die tussen de 25 en 35 is. Jullie doen hetzelfde werk en hebben allebei een tijdelijk contract. Uw contract loopt over 8 maanden af. Uw contract duurt vanaf dat moment meer dan 26 weken, dus u valt in categorie 5. Het contract van uw collega loopt over 4 maanden af. Dit is minder dan 26 weken, dus hij valt in categorie 4. U zit in een hogere categorie, waardoor u mag blijven, en uw collega moet vertrekken.

Uitzondering bij voorbeeld 2: stel dat uw collega uit voorbeeld 2 zo goed is in zijn werk dat hij onmisbaar is. Hij is de enige met een ‘groot rijbewijs’ en kan de enige chauffeur binnen het bedrijf vervangen. Dan mag de werkgever afwijken van het afspiegelingsbeginsel. Uw collega mag nu alsnog blijven, en u moet vertrekken.

Voorbeeld 3: U heeft een vast contract, en uw collega ook. U werkt er 8 jaar en uw collega werkt er 6 jaar. Jullie zijn even oud. Er is een reorganisatie, waardoor één van jullie moet vertrekken. Jullie zitten dus allebei in categorie 5: de categorie met vaste contracten. En jullie vallen in dezelfde leeftijdsgroep. Er wordt nu gekeken wie het kortste dienstverband heeft. Uw collega werkt er minder lang dan u. Vandaar dat hij zal moet vertrekken.

Mag de werkgever afwijken van het afspiegelingsbeginsel?

De werkgever mag soms afwijken van het afspiegelingsbeginsel, bijvoorbeeld 1) als u unieke kwaliteiten heeft, en hierdoor onmisbaar bent of 2) als u op locatie werkt bij een opdrachtgever, en niemand u daar kan vervangen.

Wanneer bent u onmisbaar? Als u over bijzondere kennis en skills beschikt. Het gaat dan niet om de standaard kwaliteiten die nodig zijn om de functie uit te voeren. Ook is deze uitzondering niet van toepassing als u beter functioneert dan uw collega, en daarom zou willen blijven. U moet onmisbaar zijn. Uw vertrek zou een flinke klap voor het bedrijf zijn, bijvoorbeeld omdat u er al jaren werkt, en verschillende functies heeft vervuld, waardoor u over unieke kennis beschikt, die verloren gaat als u vertrekt. Of misschien bent u de enige die een ‘brandje kan blussen’, omdat u lid bent van de bedrijfsbrandweer, en veiligheidscertificaten heeft.

In de bovenstaande twee situaties mag de werkgever besluiten om u alsnog in dienst te houden, ondanks dat u volgens het afspiegelingsbeginsel had moeten vertrekken. Ook gelden er aparte regels als u in de schoonmaak werkt of bij een uitzendbureau. Die vindt u in de cao.

De werkgever mag ook op een andere manier afwijken van het afspiegelingsbeginsel, bijvoorbeeld als u beter bent dan de gemiddelde collega, of als u veel potentie heeft. Maar dit mag niet onbeperkt. Dit mag voor maximaal 10% van de werknemers die op basis van de afspiegeling eigenlijk het veld zouden moeten ruimen. Ook moet de werkgever kunnen aantonen dat u daadwerkelijk beter presteert dan de gemiddelde collega, of veel potentie heeft. De werkgever moet in dat geval van tevoren aan alle collega’s hebben uitgelegd dat het beleid is om een gedeelte van de werknemers die goed presteren buiten de ontslagronde te houden. Zo krijgen alle collega’s de kans om met goede prestaties het ontslag te voorkomen.

Een andere uitzondering geldt voor uitzendkrachten. Uitzendkrachten zijn bij een reorganisatie niet als eerste aan de beurt als ze speciaal zijn ingehuurd voor werkzaamheden in een drukke periode, of ter vervanging van een zieke werknemer. Maar deze uitzondering geldt alleen als de ‘normale’ werknemers die dreigen te worden ontslagen deze werkzaamheden niet willen doen.

Om het extra ingewikkeld te maken, is er een uitzondering op de uitzondering. Bent u 15 tot 25 jaar, of 55 jaar of ouder? Dan wordt u beter beschermd. Bij deze groepen mogen er niet meer mensen worden ontslagen dan op basis van het afspiegelingsbeginsel mogelijk is. Bij andere leeftijdsgroepen kan dit wel het geval zijn, omdat er een afwijking van 10% mogelijk is.

Heeft u een arbeidshandicap? Dan mag de werkgever weigeren om u boventallig te verklaren. Maar dit mag alleen als hij anders niet meer genoeg werknemers met een arbeidshandicap in dienst heeft.

Ook voor zelfstandigen kan een uitzondering gelden. Bent u zelfstandige en bent u nodig voor een ‘doelmatige bedrijfsvoering’? Dan hoeft u niet te vertrekken. Hij moet dan wel kunnen aantonen dat uw werk niet door een andere werknemer gedaan kan worden.

Boventallig verklaard?

Hierboven hebben we een aantal dingen genoemd die u beter niet kunt doen, en daarna een aantal dingen die u wél kunt doen.

Bent u boventallig, en wilt u gratis advies over uw specifieke situatie? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. Bij ons kunt u o.a. de vaststellingsovereenkomst gratis laten controleren, en gratis hulp krijgen bij de onderhandelingen.